Van hobbyproject tot OpenAI: de vliegende start van OpenClaw
Een maand geleden was OpenClaw nog een hobbyproject. Vandaag werkt de maker ervan bij OpenAI om ‘de volgende generatie persoonlijke agents’ te bouwen. Het verhaal van de Oostenrijkse ontwikkelaar Peter Steinberger en zijn ai-agent illustreert niet alleen de snelheid waarmee ai zich ontwikkelt, maar mogelijk ook de toekomst van hoe we met (ai-)technologie zullen werken.
Intussen is zijn geesteskind al drie keer van naam veranderd: van Clawdbot ging het naar Moltbot om nu als OpenClaw door het leven te gaan.
Maar in wezen komt het altijd op hetzelfde neer. Peter Steinberger bouwde een ai-agent die namens gebruikers taken uitvoert: agenda’s beheren, vluchten boeken, communiceren met andere ai-agents.
Wenen is het nieuwe Silicon Valley
Het project ging al snel viraal, met ook de nodige reserves. Maar bovenal trok het binnen weken de aandacht van techmagnaten als Mark Zuckerberg (Meta), Satya Nadella (Microsoft) en Sam Altman (OpenAI). Uiteindelijk koos Steinberger voor OpenAI, terwijl OpenClaw zelf wordt ondergebracht in een stichting en open source blijft.
Of hoe de snelheid waarmee ai evolueert hoog en ongezien is, erkent ook Wim Casteels, coördinator it & ai aan de AP Hogeschool. ‘Eén individuele ontwikkelaar kan in weken bouwen wat maanden geleden nog een heel team vergde’, stelt hij vast. ‘De afstand tussen experiment en product wordt steeds kleiner.’
Opvallend is ook dat Peter Steinberger zijn toepassing bouwde vanuit Wenen, en niet vanuit Silicon Valley. Al bleek OpenClaw voor hem wel zijn visitekaartje om in Silicon Valley aan de slag te gaan.
Systemen die modellen verslaan
En dan is er nog het technologische aspect. ‘OpenClaw is misschien geen technologische doorbraak, maar het zou wel eens een eerste glimp kunnen zijn van hoe de standaardinterface voor ons werk en leven er in de toekomst uit zal zien’, zo analyseert Jan Vanalphen, ai strategy & advisory lead bij Faktion in een post op Linkedin.
Vanalphen identificeert een aantal redenen waarom OpenClaw wijst naar de toekomst van agentic ai. Ten eerste functioneert de assistent als een persoonlijke runtime. Door te draaien op een lokale machine of private server wordt de agent iets dat gebruikers echt bezitten en controleren, vergelijkbaar met een browser. ‘De data, credentials en workflows blijven bij de gebruiker, terwijl het ai-model een vervangbare component wordt.’
Daarnaast bewijst OpenClaw dat het model niet langer het product is. De agent levert waarde, zelfs met goedkopere, zwakkere modellen. ‘Wat gebruikers ervaren als intelligentie is niet het model zelf, maar de orkestratie: geheugen, tools, feedback en context die samenwerken als een systeem. Of met andere woorden: systems beat models’, aldus Vanalphen.
Interface van de toekomst die er geen is
Voorts signaleert OpenClaw het einde van gefragmenteerde bot-landschappen. ‘Gebruikers willen geen aparte bots voor financiën, HR of research. Ze willen één assistent die hen kent en over alles heen werkt’, oppert hij. Volgens hem toont de explosieve groei van ClawHub, OpenClaw’s zogenaamde skills marketplace, aan dat agent-platforms evolueren naar plugin-ecosystemen.
Tenslotte – en last but not least – verspreidt OpenClaw zich niet door een prachtige interface, maar juist door het ontbreken ervan. De agent leeft binnen WhatsApp, Telegram en Teams, waarbij gebruikers niets hoeven te veranderen aan hun gedrag. ‘Distributie en workflow-integratie zijn hierbij productfeatures.’
ChatGPT-moment
Of OpenClaw zelf een grote winnaar wordt, is minder relevant dan wat het project symboliseert: een verschuiving van ai-modellen als eindproduct naar ai-agents als persoonlijke, persistente assistenten die naadloos integreren in bestaande workflows.
Sommigen spreken in dit kader over het ChatGPT-moment voor agentic ai. Waar ChatGPT de conversationele ai mainstream maakte, kan OpenClaw hetzelfde doen voor autonome agents.
Al is er natuurlijk wel een fundamenteel verschil: waar ChatGPT nog reactief is, wordt OpenClaw proactief. De assistent wacht niet op vragen, maar handelt namens de gebruiker.
