Cloud- en softwareprijzen stegen volgens Europees onderzoek van Cigref de voorbije drie jaar gemiddeld met 8,7 procent per jaar. Voor de komende vijf jaar verwacht de Franse cio-vereniging zelfs een jaarlijkse stijging van 12 procent. De prijsdruk geeft extra gewicht aan de Europese discussie over digitale soevereiniteit, onder meer via de voorgestelde Cloud and AI Development Act (CADA).
Als organisaties evenveel cloud en software blijven afnemen, zou de prijsinflatie over vijf jaar gemiddeld 140 miljard euro extra per jaar kosten. Daarvan zou volgens Cigref, de Franse vereniging van CIO’s, ongeveer 93 miljard euro jaarlijks Europa verlaten.
De cijfers werden toegelicht tijdens een persbriefing van Beltug, de Belgische vereniging van CIO’s en digitale technologieleiders, over de Cloud and AI Development Act.
Met ai als verklaring
Leveranciers verwijzen geregeld naar nieuwe ai-functionaliteiten om hogere prijzen te verantwoorden. Dat argument wordt volgens Cigref in ongeveer 40 procent van de gevallen gebruikt.
Maar de productiviteitswinst die daar tegenover staat, overtuigt gebruikers nog niet massaal. Bij bijna 60 procent van de respondenten wordt die winst op korte en middellange termijn vooral als theoretisch beschouwd.
Organisaties vangen de hogere facturen vooral op door hun budgetten te verhogen of middelen elders te verschuiven. Cigref raamt die compensatie op 108 miljard euro per jaar. Dat kan ten koste gaan van onder meer (besparingen op) it-dienstverleners, aanwervingen, R&D en productieve investeringen.
CADA: soevereiniteit wordt ingebakken
Tijdens de briefing wees Beltug-ceo Danielle Jacobs op de combinatie van geopolitieke en financiële risico’s. Volgens haar en de cijfers van Cigref verlaat jaarlijks naar schatting 264 miljard euro de Europese Unie via bedrijfssoftware en cloudtoepassingen.
De prijsstijgingen maken de discussie volgens Jacobs extra relevant voor CIO’s. ‘Voor ons is het slagen van de Cloud and AI Development Act (CADA) een beetje een erop-of-eronderverhaal’, zei ze. Als Europa de aanpak goed aanpakt, ziet Beltug volgens haar een tweede kans om de afhankelijkheid terug te dringen.
CADA moet Europa meer grip geven op cloud en AI. De voorgestelde Europese verordening koppelt digitale soevereiniteit aan publieke aanbestedingen. Centraal staan vier zekerheidsniveaus, waarbij de eisen oplopen van opslag en verwerking van data binnen de EU tot volledige controle over de softwaretoeleveringsketen en geen inmenging van niet-EU-landen.
Aanbieders van de hogere zekerheidsniveaus moeten zich bovendien onafhankelijk laten auditen. ‘De zekerheidsniveaus voor publieke aanbestedingen maken soevereiniteit aantoonbaar en controleerbaar’, stelt Jacobs. ‘Maar het zijn momenteel wel de lidstaten die zullen beslissen welk niveau de verschillende overheidstoepassingen moeten halen. Zo komt de noodzakelijke schaalbaarheid in het gedrang.’
Afhankelijkheid niet zomaar weg
Beltug pleit overigens niet voor het volledig bannen van niet-Europese leveranciers. ‘We gaan die afhankelijkheden niet zomaar elimineren of even vervangen door de Europese oplossingen: dat is niet echt haalbaar’, aldus Jacobs.
Wel moeten organisaties volgens Beltug bewuster bepalen welke afhankelijkheden aanvaardbaar zijn en waar Europese alternatieven strategisch nodig zijn. CADA is daarbij volgens de organisatie een belangrijk instrument om die keuze ook in het aankoopbeleid te verankeren.
