Accountants werken al lang niet meer met ordners en rekenmachines, maar ook het beeld van de accountant als IT-architect of AI-specialist klopt niet.
De werkelijkheid ligt genuanceerder. Technologie heeft een duidelijke en groeiende invloed op het accountantsvak, maar altijd vanuit één vast uitgangspunt: het beoordelen van de betrouwbaarheid en/of rechtmatigheid van (non)-financiële informatie. Voor een technologiegericht publiek, zoals dat van Computable, is juist die realistische positie interessant.
De kern van het vak is onveranderd
De wettelijke taak van de accountant is helder: het controleren, beoordelen en verklaren van financiële verantwoordingen. Denk aan jaarrekeningen, subsidieverantwoordingen en andere financiële rapportages. Die taak is maatschappelijk relevant, omdat stakeholders, van beleggers tot toezichthouders, moeten kunnen vertrouwen op cijfers.
Digitalisering verandert hoe accountants werken, maar niet waarvoor. De accountant blijft verantwoordelijk voor professioneel oordeel, onafhankelijkheid en controlekwaliteit. Technologie ondersteunt dat proces, maar neemt het niet over.
Waar technologie wél impact heeft
De grootste technologische veranderingen zitten in de uitvoering van het werk. Accountants maken steeds vaker gebruik van:
- Geautomatiseerde gegevensverwerking
Boekingen, facturen en transacties worden grotendeels automatisch verwerkt in ERP- en boekhoudsystemen en gecontroleerd. Dat verlaagt de foutgevoeligheid en verhoogt de efficiëntie. - Data-analyse bij controles
In plaats van beperkte steekproeven kunnen accountants grotere datasets analyseren. Integrale controles. Daarmee kunnen zij gerichter risico’s identificeren en onderbouwen waar de aandacht in de controle moet liggen. - Digitale dossiervorming en workflows
Controlewerkzaamheden, documentatie en reviewprocessen verlopen steeds vaker volledig digitaal, wat transparantie en reproduceerbaarheid vergroot.
Belangrijk hierbij: de accountant bepaalt hoe deze technologie wordt ingezet en beoordeelt de uitkomsten. De software voert uit, het oordeel blijft menselijk.
Accountants zijn geen IT-specialisten en dat hoeven ze ook niet te zijn
Een hardnekkig misverstand is dat accountants steeds technischer zouden moeten worden, tot op het niveau van IT-architectuur of softwareontwikkeling. Dat is niet het geval. Accountants hoeven geen systemen te bouwen of te beheren.
Wat zij wél doen, is begrijpen:
- hoe financiële data tot stand komt,
- welke systemen daarbij een rol spelen,
- en of de inrichting van die systemen voldoende waarborgen biedt voor betrouwbare verslaggeving.
Bij complexe IT-omgevingen schakelen accountants daarom IT-auditors of andere specialisten in. Die samenwerking is aanvullend, niet vervangend. De accountant blijft eindverantwoordelijk voor het oordeel over de financiële informatie.
AI: hulpmiddel binnen duidelijke grenzen
Kunstmatige intelligentie wordt steeds vaker genoemd als disruptieve kracht in de accountancy. In de praktijk is de toepassing nuchterder. AI wordt vooral gebruikt voor:
- patroonherkenning in grote datasets,
- signalering van afwijkingen,
- ondersteuning bij risico-inschattingen.
AI versnelt analyses, maar neemt geen beslissingen. De accountant moet begrijpen wat een model doet, welke aannames erin zitten en waar de beperkingen liggen. “De computer zegt het” is geen valide onderbouwing in een accountantsverklaring.
Voor IT-professionals is dit herkenbaar: ook in softwareontwikkeling of security blijft menselijke interpretatie nodig om context te begrijpen en verantwoordelijkheid te dragen.
IT-betrouwbaarheid als randvoorwaarde
Omdat financiële informatie vrijwel altijd uit IT-systemen komt, speelt IT-betrouwbaarheid een belangrijke rol in het accountantswerk. Denk aan:
- toegangsrechten tot systemen,
- wijzigingsbeheer,
- logging en autorisaties,
- continuïteit en back-ups.
De accountant toetst niet of een systeem technisch optimaal is, maar of de inrichting voldoende zekerheid biedt over de juistheid en volledigheid van de cijfers. Dat onderscheid is essentieel. Een systeem kan technisch uitstekend functioneren en toch onvoldoende controleerbaar zijn en andersom.
Samenwerking met IT is functioneel, niet ideologisch
In goed functionerende organisaties is het contact tussen finance, accountancy en IT zakelijk en doelgericht. IT levert systemen, finance levert processen, en de accountant beoordeelt of het geheel betrouwbaar is ingericht.
Problemen ontstaan vooral wanneer:
- systemen zijn ingericht zonder rekening te houden met verantwoording,
- datadefinities niet eenduidig zijn,
- of wijzigingen onvoldoende zijn vastgelegd.
Dat zijn geen technologische tekortkomingen, maar organisatievraagstukken. Precies daar ligt de toegevoegde waarde van de accountant: niet in het ontwerpen van IT, maar in het signaleren van risico’s die anders onzichtbaar blijven.
Geen hype, wel ontwikkeling
De accountancy ontwikkelt zich, maar minder spectaculair dan soms wordt geschetst. Het vak schuift niet op richting “tech-beroep”, maar integreert technologie als professioneel gereedschap. Net zoals juristen digitale dossiers gebruiken en artsen werken met geavanceerde apparatuur, zonder hun kernvak te verliezen.
Voor IT-professionals is dat een herkenbaar patroon. Technologie verandert het werk, maar niet de verantwoordelijkheid.
Conclusie: nuchtere digitalisering wint
Het beeld van de accountant als digitale alleskunner is onjuist, maar het beeld van de accountant als technologische buitenstaander evenzeer. De realiteit is pragmatisch: technologie ondersteunt accountants bij het leveren van betrouwbare oordelen over financiële informatie.
Voor organisaties betekent dit dat IT-keuzes gevolgen hebben voor verantwoording en controle. Voor accountants betekent het dat zij technologie moeten begrijpen, zonder deze te idealiseren. En voor de IT-sector betekent het dat accountancy geen rem is op innovatie, maar een realiteitscheck die helpt om systemen duurzaam en uitlegbaar in te richten.
Geen hype, geen overspannen claims – maar een vak dat meebeweegt met technologie, zonder zijn fundament te verliezen.