De prijzen van zakelijke laptops en pc’s stijgen fors door wereldwijde geheugenschaarste. Fabrikanten verschuiven productie naar AI-datacenters, waardoor DDR5 duurder wordt en hardwareprijzen oplopen. Tegelijk dwingt Windows 11 tot vernieuwing. IT-afdelingen kunnen kosten beperken door kritisch te configureren, een generatie over te slaan, refurbished in te zetten en Linux strategisch te testen. Hardware-inkoop vraagt in 2026 om beleid, geen routine.
Geheugentekorten drijven zakelijke hardwareprijzen op — en dwingen IT-afdelingen tot nieuwe keuzes
De offerte voor een standaard zakelijke laptop was jarenlang voorspelbaar. U koos een configuratie, vroeg drie prijzen op, tekende en ging door naar het volgende project. Die tijd is voorbij.
Sinds eind 2025 zijn de prijzen van werkgeheugen explosief gestegen. DDR5-modules werden in enkele maanden 80 tot 130 procent duurder. Grote fabrikanten voerden prijsverhogingen door van 15 tot 20 procent op complete systemen. En volgens marktanalisten is het plafond nog niet bereikt.
Dat is geen tijdelijke verstoring in de supply chain. Dit is een structurele verschuiving.
AI als onzichtbare prijsopdrijver
De oorzaak ligt niet bij de traditionele pc-markt, maar in de datacenters. De wereldwijde vraag naar AI-infrastructuur is in korte tijd geëxplodeerd. Servers die zware AI-modellen draaien, gebruiken High Bandwidth Memory (HBM) — geavanceerd en winstgevend geheugen dat veel complexer is dan standaard DDR5.
Fabrikanten als Samsung, SK Hynix en Micron hebben hun productiecapaciteit grotendeels richting deze lucratieve markt verschoven. Iedere wafer die naar een hyperscale-datacenter gaat, ontbreekt in een zakelijke laptop.
Het gevolg is eenvoudig: schaarste in de traditionele markt. En schaarste vertaalt zich in prijsdruk.
Voor IT-afdelingen voelt dat als een dubbele klap. Enerzijds stijgen componentprijzen. Anderzijds dwingt de migratie naar Windows 11 organisaties tot vernieuwing op een moment dat hardware duurder is dan in jaren.
Windows 11 versnelt de vervangingsgolf
Windows 11 stelt hogere eisen dan zijn voorganger. TPM 2.0, moderne processors en in de praktijk minimaal 16 GB RAM voor soepel multitasken. Waar 8 GB enkele jaren geleden nog voldeed voor standaard kantoorwerk, voelt dat nu krap.
Een middelgrote organisatie met 250 werkplekken die haar hardwarepark wilde vernieuwen, zag de investeringsraming in zes maanden tijd met bijna 18 procent oplopen. Niet omdat de eisen veranderden, maar omdat geheugenmodules duurder werden en standaardconfiguraties werden aangepast.
Dat is het moment waarop IT-inkoop weer strategisch wordt.
Niet iedere werkplek heeft een AI-pc nodig
De nieuwste generatie zakelijke laptops wordt nadrukkelijk gepositioneerd als “AI-pc”. Met ingebouwde Neural Processing Units moeten zij lokale AI-taken versnellen. In theorie interessant. In de praktijk merkt de gemiddelde medewerker er voorlopig weinig van.
Voor e-mail, ERP, browsertoepassingen en tekstverwerking levert deze extra chip nauwelijks meetbare productiviteitswinst op. Tegelijkertijd ligt de aanschafprijs hoger.
Modellen van één generatie ouder bieden vaak vergelijkbare bouwkwaliteit en zakelijke garanties tegen lagere prijzen. Leveranciers willen voorraden wegwerken. Dat creëert onderhandelingsruimte.
De vraag is dus niet wat technologisch mogelijk is, maar wat functioneel noodzakelijk is.
Een productlijn lager kan honderden euro’s schelen
Premium zakelijke lijnen onderscheiden zich met aluminium behuizingen, extra beheeropties en hoogwaardige schermen. Dat is waardevol voor specifieke functies. Maar niet iedere medewerker heeft dat niveau nodig.
Overstappen naar een middenklassemodel binnen hetzelfde merk kan per apparaat honderden euro’s besparen. Op schaal loopt dat snel op.
Hardware-inkoop is daarmee geen technische exercitie meer, maar een kosten-batenanalyse per functieprofiel.
Minder opslag, meer beleid
Ook opslagcapaciteit wordt vaak standaard ruim geconfigureerd. In de praktijk gebruikt een groot deel van de medewerkers slechts een fractie van de beschikbare lokale schijfruimte.
Met 256 of 512 GB SSD en een solide cloudstrategie voldoet u in veel gevallen ruimschoots. Dat drukt de aanschafprijs en vereenvoudigt beheer.
Het vraagt wel om duidelijke afspraken over dataopslag en lifecycle-management. Maar wie die discipline aanbrengt, ziet direct financieel effect.
Linux als rationeel alternatief
Naast kosten speelt nog een tweede ontwikkeling. Steeds meer organisaties onderzoeken hoe afhankelijk zij willen blijven van één software-ecosysteem. Niet uit emotie, maar vanuit risicospreiding en digitale autonomie.
Linux-distributies zoals Ubuntu of Debian draaien efficiënter op bestaande hardware. Systemen die onder Windows 11 moeite hebben met 8 GB RAM functioneren onder Linux vaak merkbaar soepeler.
Dat betekent concreet: uitgestelde vervanging en minder druk om direct naar 16 of 32 GB DDR5 te upgraden.
Een volledige migratie is zelden realistisch. Maar een pilot binnen browser-georiënteerde functies — administratie, receptie, interne ondersteuning — kan aantonen waar ruimte ligt. Met een gefaseerde aanpak wordt Linux geen ideologisch statement, maar een kostenstrategie.
Verleng de levensduur waar het kan
Niet iedere prestatieklacht vraagt om een nieuw apparaat. Vooral bij desktops zijn upgrades relatief eenvoudig. Een extra RAM-module of snellere SSD kan een systeem nog twee jaar productief houden.
In een markt waarin geheugen schaars en duur is, loont het om bestaande capaciteit maximaal te benutten voordat tot volledige vervanging wordt overgegaan.
Refurbished is volwassen geworden
Factory refurbished apparatuur is allang geen noodoplossing meer. Het gaat om ex-lease machines die door de fabrikant zijn gecontroleerd en opnieuw in de markt gezet, inclusief garantie.
De besparing bedraagt vaak 30 tot 50 procent ten opzichte van nieuw. Tegelijkertijd draagt hergebruik bij aan ESG-doelstellingen en vermindert het afhankelijkheid van nieuwe productiecapaciteit.
Voor organisaties met strakke budgetten kan dit het verschil maken tussen uitstellen en uitvoeren.
Hardwarebeleid als structurele discipline
De structurele vraag naar AI-infrastructuur zal de komende jaren niet verdwijnen. Zolang geheugenfabrikanten hun prioriteiten bij datacenters leggen, blijft de zakelijke markt gevoelig voor prijsbewegingen.
Dat vraagt om een andere manier van denken. Niet iedere medewerker heeft topconfiguraties nodig. Niet iedere machine hoeft direct vervangen te worden. En niet iedere softwarekeuze ligt vast.
De organisaties die hun hardwarelandschap flexibel inrichten, functiegericht configureren en durven experimenteren met alternatieven, bouwen financiële veerkracht op.
De experts van TechOutlet helpen dagelijks IT-beslissers en mkb’ers bij het optimaliseren van hun hardware-landschap — van advies over de juiste configuraties en prijsbeschermingsafspraken tot hoogwaardige oplossingen.
Schaarste is vervelend. Maar ze dwingt ook tot scherpte. En wie nu rationeel handelt, voorkomt dat AI-gedreven prijsschokken het IT-budget gijzelen.
Meer lezen