Voor het eerst sinds de coronapandemie moet meer dan de helft van de Belgische werknemers elke dag naar de werkplek. De trend is duidelijk: bedrijven verstrengen hun telewerkbeleid.
In 2024 kon 54 procent van de werknemers in de praktijk niet van thuis werken, tegenover 48 procent een jaar eerder. Dat blijkt uit de jaarlijkse spiegelbevraging van hr-expert Acerta, uitgevoerd bij meer dan 600 werkgevers en ruim 2.000 werknemers.
Een op de zes ondernemingen verwacht werknemers dit jaar minstens vier dagen per week op kantoor, terwijl dat vorig jaar nog een op de negen was. De klassieke formule van drie dagen op kantoor en twee dagen thuis blijft het meest populair, maar ook die verliest terrein: van 65 naar 60 procent van de bedrijven.
Grote bedrijven trekken de teugels aan
Ruim een kwart van de bedrijven wil dat medewerkers structureel vaker op de werkvloer verschijnen. Slechts 5 procent van de werknemers wil dat zelf ook. Het zijn vooral grote ondernemingen die hun beleid formaliseren en verstrengen, aldus Acerta. Kleinere organisaties blijven flexibeler.
De Belgische evolutie past in een bredere internationale beweging. Ook heel wat technologiebedrijven als Amazon, Meta, Alphabet, Dell, Apple en IBM stuurden hun medewerkers al (meer of volledig) terug naar kantoor.
Toch is thuiswerk in België nog lang niet verdwenen: meer dan 9 op de 10 bedrijven laten het nog steeds toe. ‘Maar dat betekent niet automatisch dat elke werknemer er gebruik van kan maken’, aldus Ellen Van Grunderbeek, arbeidsmarktexperte van het kenniscentrum van Acerta.
Veel organisaties laten telewerk enkel toe voor functies die daarvoor geschikt zijn, terwijl werknemers met taken op de werkvloer of andere operationele rollen wél fysiek aanwezig moeten zijn, stelt Van Grunderbeek. ‘9 op de 10 arbeiders mag nooit van thuis uit werken, terwijl dit bij bedienden daalt tot 4 op de 10.’
