België en Nederland behoren tot de Europese koplopers op het vlak van telewerk. Nederland staat op de tweede plek, België op de vijfde. Intussen moedigen steeds meer werkgevers hun medewerkers aan om vaker naar kantoor te komen. Al zou een nieuwe energiecrisis daar wel eens verandering in kunnen brengen.
Inzake telewerk neemt Nederland met 45% de tweede plaats in, enkel het Verenigd Koninkrijk (47%) doet beter. Dat percentage slaat op het aandeel werknemers dat de mogelijkheid krijgt om (soms) hybride of remote te werken.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek van HR-dienstverlener SD Worx, gebaseerd op een bevraging van meer dan 16.500 werknemers en bijna 6.000 HR-managers in 16 Europese landen. België volgt op de vijfde plaats met 40%, net na Ierland (44%) en Finland (41%). In Oost-Europese landen, zoals Servië of Slovenië heeft slechts een kwart van de medewerkers de optie om te telewerken.
In België werkt bijna de helft van de thuiswerkers volgens vaste afspraken en 86% houdt zich daar ook effectief aan. België en Frankrijk zijn daarmee Europese koplopers op het vlak van gestructureerde telewerkafspraken.
Vaker naar kantoor
Opvallend is dat landen die hoog scoren op hybride en remote werk ook een hogere tevredenheid over de werk-privébalans rapporteren. Toch waait er een andere wind bij werkgevers. Waar vorig jaar bijvoorbeeld nog een derde van de Belgische werkgevers zijn werknemers aanmoedigde om vaker naar kantoor te komen, is dat aandeel in 2026 gestegen tot meer dan de helft. Omgekeerd willen werknemers vaak net meer thuiswerken.
Al kregen die werknemers en telewerkers onlangs een signaal uit eerder onverwachte hoek. Het Internationaal Energieagentschap riep namelijk expliciet op om telewerk te stimuleren als middel om energieverbruik te beperken. Dat geeft het debat een nieuwe dimensie: thuiswerk is niet langer alleen een kwestie van flexibiliteit, maar ook van duurzaamheid en energiebeleid.
