Blog/opinie – De opmars van ai bezorgt de it-afdeling grotere budgetten en meer invloed. Goed nieuws voor cio’s en cto’s? Niet noodzakelijk, waarschuwt Pieter Janssens, ceo van iO.
Het moet bijna vijftien jaar geleden zijn dat marktbureau Gartner voorspelde dat de cmo, zeg maar het hoofd marketing, meer aan it zou uitgeven dan de cio of chief information officer.
Bij iO kennen we beide werelden – marketing en tech – vrij goed. We werken samen met zowel it- als marketingafdelingen en hebben de evolutie van dichtbij meegemaakt. Ook de rol van de cio zagen we danig veranderen.
Helemaal aan het begin van deze eeuw draaide it nog sterk om het bouwen en beheren van systemen. Het was de tijd van it-managers – of erger nog: edp-managers – die het liefst de lichtjes van hun eigen servers zagen branden.
Haperende PowerPoint
Toen braken de cloud en software as a service door. Marketing werd steeds meer een technologie- en datagedreven discipline. De cmo en zijn afdeling gingen op eigen houtje aan de slag met software en tech. Een bedrijf als Salesforce werd er groot mee.
De it-afdeling verloor een deel van haar exclusieve greep op technologie en de bijbehorende budgetten. Maar tegelijk evolueerde de cio in veel organisaties naar een strategische rol, met meer aandacht voor data, architectuur en de digitale toekomst van het bedrijf.
Toch bleef het oude beeld van IT hardnekkig bestaan. Ik herinner me nog dat techondernemer Peter Hinssen de CIO ooit omschreef als ‘de man waar we tijdens de directievergadering naar kijken als de PowerPoint niet naar behoren werkt.’
Een gamechanger genaamd ai
Vandaag zijn we bijna vijftien jaar verder en gaat de slinger opnieuw de andere richting uit. Met dank aan ai. Door de aandacht voor modellen, data en agents komt it opnieuw centraal te staan. Waar afdelingen aanvankelijk zelf investeerden in ai-tools en experimenten, vragen grotere ai-projecten een andere aanpak.
Ai-projecten evolueren van afzonderlijke toepassingen naar een hertekening van bedrijfsprocessen. Ze starten vaak bij marketing of customer care, om vervolgens bij it terecht te komen voor een organisatiebrede uitrol. Dat vraagt investeringen in data, architectuur en integratie.
Dat versterkt de strategische positie van it en geeft de cio en cto nog meer invloed op de koers van de onderneming. Hun rol beperkt zich niet tot de technologie achter de schermen. Met andere woorden: ze bepalen steeds nadrukkelijker mee wat er op de PowerPoint-slides van die directievergadering komt te staan.
Een vergiftigd geschenk?
Op het eerste gezicht lijkt dat uitstekend nieuws voor de cio en cto. Meer budgetten, meer invloed en een prominentere rol binnen de onderneming. Maar er schuilt ook een gevaar in die comeback.
Een cio of cto kan investeren in modellen, infrastructuur en agents. En de cio heeft vanuit zijn verantwoordelijkheid voor data, informatie en systemen een belangrijke strategische stem. Maar daarmee zijn processen, medewerkers en commerciële strategieën nog niet veranderd. Daarvoor is een organisatiebrede aanpak nodig.
Wanneer ai over twee of drie jaar onvoldoende bedrijfswaarde oplevert, dreigt it de rekening gepresenteerd te krijgen. Terwijl het probleem misschien niet bij de technologie ligt, maar bij een organisatie die onvoldoende bereid was om te veranderen.
De cio of cto krijgt dan wel het budget, maar niet noodzakelijk de macht om de verandering door te voeren die nodig is om dat budget te laten renderen.
Ai is te belangrijk om aan it over te laten
Daarom ben ik er rotsvast van overtuigd dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor ai niet bij it, maar bij de ceo moet liggen.
Als ai werkelijk het potentieel heeft om een organisatie fundamenteel te veranderen, dan moet die ambitie van bovenaf gedragen worden. De ceo moet overtuigd zijn van de mogelijkheden en bereid zijn om processen, verantwoordelijkheden en zelfs het bedrijfsmodel in vraag te stellen.
Daarvoor heeft hij of zij uiteraard it nodig. De cio en cto blijven cruciaal voor de technologische implementatie, architectuur en integratie. Maar ook andere afdelingen moeten mee aan boord.
De comeback van it is dus reëel, maar tegelijk niet zonder risico. De ai-budgetten mogen dan richting it verschuiven, de verantwoordelijkheid voor de ai-transformatie moet bij de ceo liggen. Anders dreigt die comeback vooral een vergiftigd geschenk te worden.
Pieter Janssens is ceo van iO, een ai-native partner in marketing en technologie. Hij schrijft deze opinie in eigen naam.

