De Belgische arbeidsmarkt voor it-professionals stuurt tegenstrijdige signalen uit. Dalen de it-jobs, of zitten ze net in de lift? Alleen lijkt nog een andere vraag veel meer van tel: voor wie zijn de it-vacatures? En voor wie al veel minder?
Begin juni meldde De Morgen dat it-vacatures in het eerste kwartaal met 44,5 procent stegen vergeleken met eind vorig jaar. Enkele dagen geleden berichtte De Standaard juist over een daling van 22 procent in het aantal openstaande it-functies over de voorbije twaalf maanden. Beide berichten berusten op officiële cijfers. Statbel meldt de forse stijging, VDAB-data wijst op de daling.
Een recent artikel in De Standaard ziet het aantal vacatures voor it’ers in België dan weer aantrekken. En dit op basis van een derde bron: de FOD Economie. Volgens deze instantie zijn er intussen 7.711 vacatures voor it’ers, tegenover 5.277 aan het begin van het jaar.
Het verschil zit in het tijdvenster. Wie naar kwartaalgrondslagen kijkt, ziet groei. Maar wie meerjaarstrends volgt, stelt dus een krimp vast. De bevindingen zijn dus correct, alleen de context en de tijdsperiode verschillen.
De kwestie is vooral: voor wie zijn die it-jobs?
De werkelijke knelpuntenproblematiek blijft echter onderbelicht in deze tegenstelling, zo merkt Wim Casteels, docent it bij de AP Hogeschool, op. Het gaat niet zozeer om meer of minder it-banen, maar om wie daarvan profiteert. ‘De druk zit vooral bij de juniors’, stelt Casteels.
Pas afgestudeerden en starters in functies die geraakt worden door artificiële intelligentie ondervinden de grootste moeilijkheden bij het vinden van instapposities in it-jobs. Klassiek voorbeeld zijn de ontwikkelaars die de opmars van ai coding tools aan den lijve ondervinden.
Het is vooral het onderscheid naar ervaring dat meer aandacht verdient dan louter naar totaalaantallen te kijken. Of zoals Casteels het zelf stelt: ‘Misschien is de juiste vraag dus niet of er meer of minder it-jobs komen, maar voor wie.’
