Vlaamse vijftienjarigen behoren tot de Europese kopgroep als het gaat om computationeel probleemoplossen. Alleen Estland en Tsjechië doen het beter. Ruim een derde van de Vlaamse leerlingen presteert op topniveau bij het oplossen van problemen in een digitale omgeving, onder meer met modellen en simulaties.
Dat blijkt uit PISA 2025, het internationale onderzoek naar de kennis en vaardigheden van vijftienjarigen. Voor het eerst werd daarin ook computationeel probleemoplossen als innovatief domein getest. In Vlaanderen namen 3.987 leerlingen uit 129 scholen deel.
Computationeel probleemoplossen gaat verder dan het kunnen gebruiken van digitale technologie. Leerlingen moeten problemen in een digitale omgeving analyseren en oplossen, waarbij ze computer-hulpmiddelen zoals modellen en simulaties inzetten.
Vlaanderen scoort daarbij opvallend sterk. Alleen Estland en Tsjechië behalen binnen de EU een hogere gemiddelde score. Alle andere EU-landen scoren lager dan Vlaanderen. Ruim een derde van de Vlaamse leerlingen behoort tot de toppresteerders. Volgens Charlotte Struyve van KU Leuven is er geen pasklare verklaring voor de sterke score. ‘Al kan de relatief sterke ict-infrastructuur in Vlaamse scholen kan daarbij een rol spelen’, aldus Struyve op Radio1.
Algemene neerwaartse trend
De sterke resultaten voor computationeel probleemoplossen staan tegenover een bredere neerwaartse trend in het Vlaamse onderwijs. De scores voor wetenschappen, lezen en wiskunde zijn de afgelopen jaren gedaald. Vooral voor lezen en wiskunde versnelt die daling vanaf 2018. Het aandeel laagpresteerders neemt echter toe, terwijl het aandeel toppresteerders afneemt.
