Interview Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud
De adoptie van artificiële intelligentie in de publieke sector komt op gang, maar verloopt nog erg versnipperd. Dat zegt Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud. ‘We zien al te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daarmee alleen krijg je geen waarde.’
We spraken Kurt Rommens naar aanleiding van hun Google Cloud AI Live- event in Zaandam (zie openingsbeeld) over onderwerpen als ai, hybride cloud en soevereiniteit.
Ai-adoptie blijft versnipperd
Volgens het Google-hoofd publieke sector groeit de belangstelling voor ai bij overheden, zorginstellingen en onderwijsorganisaties snel. Tegelijk verschilt de maturiteit sterk tussen organisaties en landen.
België en Nederland bevinden zich volgens Rommens ongeveer in dezelfde fase. In beide landen bestaan tal van proefprojecten en taskforces, maar een grootschalige uitrol blijft voorlopig beperkt. ‘In Luxemburg is dat iets beter, omdat daar een push is vanuit de overheid die expliciet investeert in ai en start-ups.’
Toch is de potentiële impact groot. Volgens door Google aangehaald studiewerk kan ai-adoptie in de Belgische publieke sector ongeveer vier miljard euro extra waarde per jaar creëren. ‘Als je dan weet dat onze overheid nu ook weer zeven miljard op zoek is, dan denk ik: laat het dat eerst optimaliseren en efficiënter maken’, zegt hij.
Zorg en onderwijs als voorbeelden
Binnen de verschillende domeinen ziet Google duidelijke verschillen. In de zorg is de nood het hoogst en daardoor ook de adoptie. Ai helpt er vandaag al bij personeelsplanning, administratieve taken en medische ondersteuning. ‘Een planning die soms weken duurde, is nu met ai op twee minuten rond’, stelt hij.
Daarnaast verwijst hij naar toepassingen bij onder meer AZ Delta, UZ Leuven en het Prinses Máxima Centrum in Nederland. In dat laatste centrum werd een bibliotheek met miljoenen medische publicaties via ai ontsloten, zodat artsen tijdens overlegmomenten sneller tot relevante inzichten komen. ‘Daarvoor hadden ze de board, dan twee weken onderzoek en dan terug een board. Nu doen ze dat in één sessie.’
Ook in het onderwijs groeit de interesse. Rommens verwijst onder meer naar de universiteiten van Groningen en Hasselt, die met Google Workspace werken, naar onderzoek met Google-technologie aan KU Leuven en naar de VUB, die logistieke SAP-processen op Google Cloud laat draaien om data met AI-inzichten te verrijken.
Volgens Rommens zijn het uiteindelijk vooral de instellingen zelf die het tempo bepalen, en gaat het niet zozeer om verschillen tussen landen. ‘De ene instelling is de andere niet, en de ene gaat wat sneller.’ De grootste rem zit daarbij volgens hem niet altijd in de technologie, maar in het veranderingsproces.
Eerst waarde creëren, daarna over soevereiniteit spreken
Het debat over digitale soevereiniteit is de voorbije maanden alleen maar belangrijker geworden. Toch vindt Rommens dat de discussie vaak verkeerd begint. ‘Waar wij willen inspelen is eigenlijk de waardecreatie. Wat kan AI gaan betekenen? En dan is er die andere vraag: kunnen we die innovatie op een soevereine, veilige manier doen landen?’
Een partij als Google benadrukt de waarde van ai. ‘We zien al te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daar alleen krijg je geen waarde mee’, zegt Rommens. Tegelijk erkent hij dat beide discussies – infrastructuur en soevereiniteit – niet los van elkaar staan. ‘Als je dat eerste niet goed hebt, wordt het heel moeilijk om die waarde te bereiken. Dus het hangt wel aan elkaar.’
Voor Google betekent digitale soevereiniteit bovendien niet voor elke organisatie hetzelfde. Voor de ene overheid draait het vooral om de plaats waar data wordt opgeslagen, voor de andere om wie toegang kan krijgen, wie de infrastructuur beheert of hoe snel men naar een andere leverancier kan overstappen.
Ook de politieke context speelt mee. Rommens erkent dat het soevereiniteitsvraagstuk wel sterker op de voorgrond is gekomen door geopolitieke spanningen en de houding van de Trump-administratie. Volgens hem is de discussie over digitale soevereiniteit vandaag met name in Nederland gevoeliger dan enkele jaren geleden. ‘Daar speelt het soevereine sentiment meer op’, stelt Rommens vast.
Hybride cloud wordt de norm
Google verwacht niet dat overheden volledig voor publieke cloud of volledig voor eigen infrastructuur zullen kiezen. ‘Het zal een hybride model zijn, afhankelijk van de noden die men heeft.’
Om daarop in te spelen biedt Google verschillende niveaus van soevereiniteit aan. De eerste variant bestaat uit de publieke cloud met aanvullende controles. Klanten kunnen bijvoorbeeld zelf hun encryptiesleutels beheren of bepalen wanneer Google-medewerkers bij een supportvraag toegang krijgen.
Voor organisaties met strengere eisen werkt Google onder meer met lokaal beheerde, Europese cloudomgevingen. Rommens verwijst naar de samenwerking met Thales in Frankrijk, waarbij de omgeving onder Franse wetgeving draait en door Franse medewerkers wordt beheerd. ‘Google heeft als Amerikaans bedrijf geen enkel contact inzake operaties, omdat die volledig onder Franse wetgeving vallen.’
Een derde model is een volledig geïsoleerde, zogenoemde air-gapped omgeving. Die kan in het eigen datacenter van een klant draaien en hoeft niet met Google Cloud verbonden te zijn. Dit model richt zich vooral op defensie, inlichtingendiensten en andere organisaties met uiterst gevoelige data. Omdat dit model vooral bedoeld is voor zeer gevoelige workloads, is het technologische aanbod beperkter dan in de publieke cloud. De omgeving beschikt volgens Rommens wel over ingebouwde AI-mogelijkheden.
Volgens Rommens bestaat er geen oplossing die alle risico’s uitsluit. ‘Er bestaat geen zero risk, laat dat ook duidelijk zijn.’ Wel moeten klanten volgens hem de technologie, controlemaatregelen en restrisico’s feitelijk kunnen beoordelen, samen met hun juridische diensten en data protection officers.
Smals als Belgische referentie
Een recent voorbeeld uit onze contreien is Smals, de Belgische ICT-organisatie die werkt voor de Belgische sociale zekerheid en gezondheidszorg. Smals koos Google Cloud als publieke cloudprovider, maar behoudt tegelijk zijn eigen infrastructuur en G-Cloud.
Volgens Rommens bevestigt dat precies de richting waarin de markt evolueert. ‘Het is een heel belangrijke referentiecase, omdat we natuurlijk samen met overheden zijn gaan kijken: hoe kan je die adoptie doen op een veilige manier?’
De keuze kwam er volgens hem na een uitgebreid traject met technische workshops en een toetsing aan de vereisten van Smals. Daarbij speelden niet alleen beveiliging en dataresidentie een rol, maar ook open source, een exitstrategie en de mogelijkheid om workloads later naar de eigen infrastructuur of naar andere providers te verplaatsen.
Google ziet de keuze van Smals dan ook niet als een overstap naar één cloudplatform, maar als een hybride architectuur waarin de organisatie zelf beslist welke workloads op publieke cloud draaien en welke lokaal blijven.
Europese alternatieven als partner
Opvallend is dat Google Europese cloudinitiatieven niet uitsluitend of zozeer als concurrenten beschouwt. Volgens Rommens kunnen platformen zoals StackIT juist een aanvulling vormen op het eigen aanbod. ‘Wij vinden het enorm goed dat er nu Europese alternatieven zijn. Wij zien hen inderdaad als een partner.’
Hij verwijst onder meer naar Europese partijen die een soevereine werkplek aanbieden op basis van Google-technologie, maar de dienstverlening zelf beheren. Volgens Google creëert dat extra mogelijkheden voor klanten die lokale operationele controle willen combineren met technologie van een wereldwijde hyperscaler.
‘Het is een verrijking van ons portfolio en het beantwoordt aan de noden van Europa’, stelt Rommens. Tegelijk waarschuwt hij ervoor om Amerikaanse technologie volledig uit te sluiten. ‘Ik denk dat het niet wijs zou zijn van Europa om Amerikaanse technologie volledig te negeren.’ Volgens hem zal de Europese cloudmarkt de komende jaren steeds meer bestaan uit samenwerkingen tussen hyperscalers en lokale aanbieders. Daarbij kunnen Europese partners extra garanties rond juridische controle, beheer en continuïteit bieden, terwijl ze tegelijk gebruikmaken van technologie die wereldwijd wordt ontwikkeld.
Volgens Rommens ligt het antwoord daarom niet in één dominant cloudmodel, maar in keuzevrijheid. ‘We hebben altijd oplossingen gebouwd samen met Europa.’

Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud
