Het Nederlandse ministerie van Defensie wil zo snel mogelijk af van Palantir, de softwareleverancier die tot vrees van de plaatselijke Tweede Kamer bij geheime militaire data kan komen. Maar voorlopig blijft het leger er afhankelijk van dit Amerikaanse techbedrijf dat ook qua ethiek zeer omstreden is. Hoe zit dat overigens in België?
De Nederlandse staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) hoopt binnen twee jaar een volwaardig alternatief te vinden voor Palantir. Veel sneller gaat dat niet, zegt hij. ‘Op het gebied van specifieke militaire kunstmatige intelligentie bestaan op dit moment geen Europese alternatieven van hetzelfde niveau,’ aldus Boswijk.
Palantir is evenmin zomaar te vervangen zonder dat extra veiligheidsrisico’s ontstaan. De software is vooralsnog cruciaal voor operationele gevechtssystemen, de logistiek binnen Defensie en het verwerken van inlichtingen. Boswijk wil afbouwen. Maar hij vindt het onverstandig meteen de banden met het Amerikaanse bedrijf door te hakken.
Kleinschalig?
Zo blijkt uit een debat dat de Tweede Kamer dinsdag hield naar aanleiding van publicaties in Follow The Money. Via dit medium lekte uit dat ook het Special Operations Command (Socom) van Defensie leunt op Palantir. Het Nederlandse leger gebruikt in Navo-verband Palantir om beter met wapensystemen van andere landen te kunnen communiceren. Ook de politie is klant van Palantir.
Boswijk bevestigt dat Palantir toelevert aan Defensie. Dat gebeurt al sinds 2010. Volgens de staatssecretaris is het gebruik ‘zeer beperkt, gecompartimenteerd en kleinschalig’. Hij zegt: ‘De data die worden gebruikt, zijn en blijven altijd Nederlands bezit. Externen hebben toegang tot synthetische data, dus kunstmatig gemaakte data om mee te kunnen oefenen.’ Ook gaat het om oude data, ‘tenzij er op incidentele basis ineens een verbetering nodig is en een externe specialist moet worden ingehuurd, bijvoorbeeld bij een operatie.’
Al deze externe specialisten worden gescreend door de militaire inlichtingendienst MIVD. ‘Zij werken ook nooit zonder toezicht van Defensie. Er zit dus nooit een extern iemand te werken aan deze systemen, die niet in het zicht is van iemand van Defensie.’
En België?
De Belgische Defensie gebruikt voor zover bekend nog geen operationele software van Palantir. Er lopen momenteel geen rechtstreekse contracten met de Belgische tak van het bedrijf.
Hoewel Defensie de innovatieve AI- en datamogelijkheden van de Amerikaanse techgigant wel verkent om de digitale weerbaarheid te verhogen, is er na parlementaire vragen over de ethische bezwaren en veiligheidsrisico’s nog geen knoop doorgehakt. Palantir heeft inmiddels overigens wel een Belgisch kantoor geopend, in de hoop en verwachting om in de toekomst hier meer en meer als leverancier op te treden.
